Uitspraak ABRS 3 november 2021 - Planschade en drempelwaarde 'normaal maatschappelijk risico’

03 November 2021

Jhr Mr N.J.M. Beelaerts van Blokland   beelaerts@salomonsbeelaerts.nl

Bij het toekennen van planschade wordt op het schadebedrag een bedrag in mindering gebracht vanwege het 'normaal maatschappelijk risico’, wat zoveel betekent dat men nu eenmaal rekening heeft te houden met algemene maatschappelijke ontwikkelingen en nadelen.

In een uitspraak van 3 november 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2402) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State enkele handvatten gegeven voor het bepalen van de drempel bij het normale maatschappelijke risico.

In eerdere uitspraken is al bepaald dat een waardevermindering door een normale maatschappelijke ontwikkeling als gevolg van een wijziging van het planologische regime van percelen van een derde (de zogenaamde indirecte planschade) voor in beginsel maximaal 5% voor rekening komt van degene die planschadevergoeding aanvraagt. De vraag blijft daarbij echter wanneer aan deze maximale drempel van 5% toegekomen wordt en wanneer met een lagere drempel zou moeten worden volstaan.

In de uitspraak van 3 november 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een trapsysteem van 2% tot maximaal 5% geïntroduceerd (r.o. 7.15).

"Indien de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gedurende een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid past, mag het bestuursorgaan een drempel van 5 procent van de waarde van de onroerende zaak toepassen. Indien aan één van beide indicatoren maar voor een deel wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 4 procent in beginsel aangewezen. Indien aan één van beide indicatoren in zijn geheel niet wordt voldaan of indien aan beide indicatoren deels wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 3 procent in beginsel aangewezen. Indien slechts aan één van beide indicatoren voor een deel wordt voldaan, of indien aan beide indicatoren in het geheel niet wordt voldaan, is in beginsel het toepassen van het minimumforfait van 2 procent, zoals bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wro aangewezen.”

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Niels Beelaerts van Blokland: beelaerts@salomonsbeelaerts.nl.